Hij komt, hij komt, in zijn rode auto

De winkelstraten zijn leeg, de winkels nog leger. Dit jaar geen rekken die uitpuilen van het speelgoed, geen versierde troon, geen lange rijen kinderen die wachten op een ontmoeting met de Sint. Je zou bijna vergeten dat 6 december nadert. Zonde, want er is geen kinderfeest zo magisch als het feest van Sinterklaas. Corona of geen corona, van sommige tradities blijf je af. Daarom deze ode aan de kracht van de verbeelding, een meesterlijk instrument waarover bijna alle kinderen beschikken. 

Ik neem jullie mee, 40 jaar terug in de tijd.

Mijn grootouders woonden niet ver van ons af. De kleinkinderen noemden hen bomma en bompa. Om juister te zijn: bomma en bompa pukkie, naar de naam van hun poedel. Zo konden we het onderscheid maken met de ouders van mijn papa: bomma en bompa boten. Je raadt het al: zij verkochten boten. 

Wij gingen zo goed als elk weekend op bezoek bij bomma en bompa pukkie. De volwassenen zaten rond de tafel, wij speelden eronder. ’s Avonds mocht de tv aan, maar daar had je weinig aan, want er was geen knelt op. 

Mijn grootouders hielden vast aan tradities. Zo aten we bij Driekoningen zelfgemaakte worstenbroodjes, keken we in de kerstvakantie met de hele familie naar The Sound of Music en werd Sinterklaas zo groots gevierd als de magie ver rijkt. Hoe leuk ik de broodjes en de familie Von Trapp ook vond, het weekend van 6 december stak er met kop en schouders boven uit.

Ik kan me nog elk detail herinneren: hoe we samengepropt in de piepkleine keuken stonden te wachten totdat iedereen er was, hoe er altijd wel één nonkel was die durfde te opperen dat de sint misschien niet was langsgekomen en hoe ik daar elk jaar opnieuw een klein beetje stress van kreeg. En dan ging de deur open. De sint had er werk van gemaakt: hij of zijn pieten hadden zelfs een sinterklaasplaat opgelegd. De hele living lag vol met speelgoed en snoep. Iedereen deed van oh en ah en we moesten heel hard ‘dankuwel’ roepen naar de sint. 

Dat was niet moeilijk, want wij wisten hoe we hem konden bereiken. Hij reed namelijk regelmatig in een rode auto het huis van mijn grootouders voorbij. Hoe wij dat wisten?

In de weken voordat de Sint zijn groot bezoek bracht, mochten wij zo nu en dan onze schoen zetten. Maar bij bomma en bompa ging dat er anders aan toe. Zij wisten wanneer de sint in de buurt zou zijn. Dus wij moesten maar goed kijken, dan zagen we hem misschien passeren in zijn rode auto. Daar zaten we dan, op een rijtje voor het raam. Totdat we opgeschrikt werden door luid gerammel van de deur die plots openvloog. De sint hebben we nooit gezien in die donkere gang. We vonden dat niet erg, we hadden sowieso onze handen vol met het rapen van al dat snoep dat de sint naar ons had gegooid. Snel probeerden we nog een glimp op te vangen van de befaamde rode auto, maar telkens waren we te laat.

Net zoals mijn bompa, die dit spektakel elk jaar moest missen omdat hij nét op het toilet zat toen de sint langskwam. Van pech gesproken.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: